tonestro Begin nu

Noten voor lage tonen

F-sleutel lezen

In de F-sleutel, ook bassleutel genoemd, heten de vijf lijnen van onder naar boven G, B, D, F en A en de vier tussenruimtes A, C, E en G; met octaafnummers loopt dat van G2 tot A3.

Begin nu 7 dagen gratis
Een man met een grijs gemêleerd sikje zit in de woonkamer, speelt trombone en kijkt naar een tablet op een standaard

De F-sleutel in het kort

Andere naam
Bassleutel: de lijn van F3, de vierde van onderen, ligt tussen de twee punten van de sleutel.
Octaafnummers
Het getal achter de letter geeft het octaaf aan en verspringt steeds bij de C: na B2 komt C3. C4 is de centrale C.
Wie hem leest
Cello, trombone, tuba, euphonium in C en op de piano meestal de linkerhand.
Je start
Drie ankernoten onthouden en ze meteen op je instrument spelen.

De noten in de F-sleutel

G2A2B2C3D3E3F3G3A3B3C4
De stamtonen van G2 tot C4 in de F-sleutel: G2 op de onderste lijn, daarna afwisselend tussenruimte en lijn tot A3 op de bovenste lijn. B3 staat direct boven de bovenste lijn en C4 op de eerste hulplijn erboven.

Ezelsbruggetjes en een truc

  • De lijnen. Bijvoorbeeld ‘Goede Buren Delen Fijne Appels’ voor G, B, D, F en A van onder naar boven.
  • De tussenruimtes. Bijvoorbeeld ‘Alle Cowboys Eten Gras’ voor A, C, E en G van onder naar boven. Verzin gerust je eigen zin; alleen de beginletters moeten kloppen.
  • De truc vanuit de vioolsleutel. Op dezelfde plek als in de vioolsleutel ga je voor de notennaam twee stappen verder in de reeks C–D–E–F–G–A–B, bijvoorbeeld van E via F naar G; na B ga je verder met C. Het octaaf verandert mee: op de onderste lijn staat in de vioolsleutel E4 en in de F-sleutel G2, bijna twee octaven lager; in de tweede tussenruimte is dat A4 tegenover C3.

Wie in de F-sleutel leest

  • Cello: De open snaren C2, G2, D3 en A3 liggen op de tweede hulplijn onder de notenbalk en op de onderste, de middelste en de bovenste lijn. Meer bij cello leren spelen.
  • Trombone: Trombonemuziek staat vaak in de F-sleutel; bij elke noot zoek je de bijpassende schuifpositie. Meer bij trombone leren spelen.
  • Tuba: Tubamuziek staat vaak in de F-sleutel, in tonestro altijd: voor elke tubavariant, in nummers en in de theoriecursus. Meer bij tuba leren spelen.
  • Euphonium: De versie in C lees je in de F-sleutel, de versie in Bes in de vioolsleutel. Meer bij euphonium leren spelen.
  • Piano: Pianomuziek staat meestal op twee notenbalken; de onderste, vaak in de F-sleutel, is meestal voor de linkerhand. Meer bij piano leren spelen en noten op de piano.

Zo oefen je de F-sleutel

  1. Drie ankernoten.

    Onthoud G2 op de onderste lijn, F3 tussen de twee punten van de sleutel en C4 op de hulplijn boven de notenbalk. Vanuit die drie tel je de andere noten uit de afbeelding af.

  2. Eerst de lijnen, dan de tussenruimtes.

    Oefen de vijf lijnen met je ezelsbruggetje, daarna de vier tussenruimtes. Zeg elke naam hardop voordat je de noot speelt.

  3. Meteen op je instrument.

    Speel elke noot die je leest meteen: op de cello bijvoorbeeld G2, D3 en A3 op open snaren, op de trombone met de juiste schuifpositie en embouchure, op de piano met je linkerhand op de juiste toets. Let daarbij op het octaaf.

  4. Regelmatig, met feedback.

    Blijf er regelmatig mee bezig, in korte sessies. In tonestro krijg je tijdens het spelen bij elke noot meteen feedback op toonhoogte en ritme; de notennamen laat je in de instellingen tonen tot je zeker leest.

Vragen over de F-sleutel

Waar staan de noten in de F-sleutel?

Op de lijnen staan van onder naar boven G2, B2, D3, F3 en A3, in de tussenruimtes A2, C3, E3 en G3; daarboven volgen B3 en C4. Naar beneden gaat het verder met F2 onder de onderste lijn, E2 op de eerste hulplijn, D2 daaronder en C2 op de tweede hulplijn.

Wat is het verschil tussen de vioolsleutel en de bassleutel?

De vioolsleutel toont hogere tonen en markeert met zijn krul G4; de bassleutel toont lagere tonen, en zijn twee punten markeren F3. Ze ontmoeten elkaar bij C4: in de vioolsleutel staat die op de eerste hulplijn onder de notenbalk, in de bassleutel op de eerste hulplijn erboven.

Hoe zet ik noten uit de F-sleutel om naar de vioolsleutel?

Bij het omzetten blijven toonhoogte en octaaf gelijk, alleen de plek op de notenbalk verandert: A3 van de bovenste lijn in de F-sleutel staat in de vioolsleutel op de tweede hulplijn eronder, G2 van de onderste lijn pas op de zesde. Schrijf je dezelfde partij voor hetzelfde instrument een octaaf hoger, zonder de transpositie te veranderen, dan klinkt die een octaaf hoger. Bij een ander instrument moet je ook rekening houden met de eventuele transpositie.

Waarom is de F-sleutel zo moeilijk?

Ken je de vioolsleutel al, dan kunnen de vertrouwde plekken je in het begin in de war brengen, want in de F-sleutel staan daar andere noten. Houd je aan de ankernoten en lees na verloop van tijd zonder omweg via de vioolsleutel.

Bijgewerkt: