tonestro Begin nu

Je eerste week op de cello

Cello voor beginners

Cello voor beginners draait in week één om drie dingen: de cello op de juiste hoogte zetten, lange streken spelen op de open snaren en je eerste noten vinden in de eerste positie. Op dag één zijn 10 minuten al genoeg om een of twee noten mee te spelen in een echt nummer, terwijl een band speelt.

Begin nu 7 dagen gratis · iOS & Android
Een vrouw zit rechtop op een stoel in haar woonkamer en speelt cello, met een muziekstandaard naast zich

Je start in één oogopslag

Wat je nodig hebt
Een cello met strijkstok en hars, plus tonestro op een iPhone, iPad of Android-telefoon (iOS 15 of nieuwer; Android 8 of nieuwer met minstens 4 GB werkgeheugen).
Eerste klank
Een open snaar, aangestreken halverwege tussen de kam en het einde van de toets.
Eerste nummer
10 minuten, een of twee noten, een echt nummer met een band.
Eerste noten
E3, Fis3 en G3 op de D-snaar.

Je plan voor de eerste week

  1. Dag 1: je hoogte vinden

    Stel de steunpin zo in dat de stemschroef van de C-snaar ongeveer bij je linkeroor uitkomt en je knieën de zijkanten van de cello licht raken. Speel daarna je eerste nummer mee met een of twee noten.

  2. Dag 2 en 3: open snaren in de maat

    Speel kwartnoten in de vierkwartsmaat op de open D- en A-snaar: één streek per noot, vier tellen per maat. Doe daarna hetzelfde op de G- en de C-snaar.

  3. Dag 4 en 5: het eerste patroon

    Speel op de D-snaar E3 met je eerste vinger, Fis3 met je derde en G3 met je vierde. In dit patroon van de eerste positie ligt er een halve toon tussen twee naburige vingers, dus voor de hele toon van E3 naar Fis3 ga je van vinger 1 naar vinger 3.

  4. Dag 6 en 7: een hele toonladder

    Verplaats hetzelfde patroon naar de A-snaar voor B3, Cis4 en D4. Samen met de open D- en A-snaar heb je dan de toonladder van D-majeur, van D3 tot D4. Geef elke stap de dagen die hij nodig heeft; de volgorde telt meer dan de datum.

Drie beginnersfouten en hoe je ze oplost

  1. Een te korte steunpin

    Staat de cello te laag, dan buig je naar voren en moet je linkerhand omlaag reiken naar de snaren.

    Wat helpt: Leun je naar de snaren toe, trek de steunpin dan iets verder uit; duwt de cello je schouders omhoog, schuif hem dan een stukje in.

  2. Vingerpatronen door elkaar halen

    Zet je je tweede vinger neer waar je derde hoort, dan klinkt de noot een halve toon te laag en wordt de melodie vals.

    Wat helpt: Kijk voordat je speelt of de volgende stap vanaf je eerste vinger een hele toon is (vinger 1 en 3) of een halve toon (vinger 1 en 2). tonestro laat een verkeerde noot meteen zien.

  3. Een hangende linkerelleboog

    Hangt je linkerelleboog omlaag, dan knikt je pols en worden je vingers plat, in plaats van rond boven de snaar te blijven.

    Wat helpt: Laat je elleboog een beetje opzij zweven, zodat je hand als een losse C over de snaar buigt. In een spiegel zie je of je elleboog omhoog blijft.

Handig in week één

Vragen van beginners

Waar staan de open snaren van de cello in de bassleutel?

C2 staat op de tweede hulplijn onder de notenbalk, G2 op de onderste lijn, D3 op de middelste lijn en A3 op de bovenste lijn. De noten daartussen zoek je op in de vingerzettingstabel in de app. Meer over deze sleutel: De bassleutel (F-sleutel) lezen.

Hoe weet ik op welke snaar een noot ligt?

In de eerste positie bestrijkt elke snaar zijn open noot en de noten tot een kwart erboven, gespeeld met vinger 1 tot en met 4. Hogere noten liggen op de volgende snaar: in de toonladder van D-majeur volgt na G3 meteen de open A-snaar, A3.

Waarom zoemt mijn cello?

Vaak drukt een vinger de snaar niet helemaal neer, of raakt hij een naburige snaar. Zoemt ook een open snaar, dan rammelt misschien een losse fijnstemmer of een ander los onderdeel; een vioolbouwer spoort het op.

Wat betekent ‘pizz.’ in cellomuziek?

Pizzicato: je tokkelt de snaar met je rechterwijsvinger in plaats van de strijkstok te gebruiken. Staat er ‘arco’, dan pak je de strijkstok weer.

Bijgewerkt: