De akkoorden in het kort
- Akkoord
- Drie of meer verschillende tonen tegelijk
- De eerste vier
- C-majeur, G-majeur, a-mineur, F-majeur
- Vingerzetting
- In grondligging rechts 1-3-5, links 5-3-1
- Veelgebruikte volgorde
- C – G – Am – F
C-majeur op het klavier
Zo is een drieklank opgebouwd
- Grondtoon, terts, kwint. De grondtoon geeft het akkoord zijn naam. Bij alle vier beginnersakkoorden ligt de terts twee witte toetsen boven de grondtoon en de kwint nog eens twee witte toetsen hoger.
- Majeur: grote terts, dan kleine terts. Van de grondtoon naar de terts zijn het vier halve tonen, van de terts naar de kwint drie. Dat geeft C-majeur, G-majeur en F-majeur hun heldere klank.
- Mineur: kleine terts, dan grote terts. Bij a-mineur liggen tussen A3 en C4 drie halve tonen, tussen C4 en E4 vier. Die opbouw bepaalt het mineurkarakter. Mineur wordt vaak als donkerder ervaren dan majeur; hoe luid het akkoord klinkt, hangt af van je aanslag.
De vier beginnersakkoorden
- Eerste akkoord: C-majeur (C, E, G)
Rechts ligt je duim op de centrale C, je middelvinger op E4 en je pink op G4. Sla alle drie tegelijk aan en laat ze samen los.
- Tweede akkoord: G-majeur (G, B, D)
Schuif met je hele hand drie witte toetsen naar links: duim op G3, middelvinger op B3, pink op D4.
- Derde akkoord: a-mineur (A, C, E)
Vanuit G-majeur schuift je hand één witte toets naar rechts: duim op A3, middelvinger op C4, pink op E4. Als akkoordsymbool schrijf je Am.
- Vierde akkoord: F-majeur (F, A, C)
Nu ga je twee witte toetsen naar links: duim op F3, middelvinger op A3, pink op C4. Speel daarna C, G, Am en F na elkaar en houd elk akkoord even lang aan.
De andere drie akkoorden
Als het akkoordwisselen hapert
- Je hand springt bij elke wissel
Tussen de grondliggingen uit de afbeeldingen legt je hand elke keer een stuk af. Zoek je de volgende positie pas tijdens de wissel, dan ontstaat er makkelijk een hoorbaar gat.
Wat helpt: Laat gemeenschappelijke tonen liggen: speel G-majeur als B3, D4, G4, a-mineur als C4, E4, A4 en F-majeur als C4, F4, A4. Dan schuift bij elke wissel elke vinger hooguit één witte toets op. Zulke omgezette akkoorden heten omkeringen.
- De maat stokt
Terwijl je hand het volgende akkoord zoekt, stop je met tellen en valt de muziek even stil.
Wat helpt: Tel gelijkmatig door en kijk bij de laatste tel al naar de toetsen van het volgende akkoord. Kies een tempo waarin je zonder extra pauze kunt wisselen.
- De tonen klinken na elkaar
Je wilt alle drie de tonen tegelijk aanslaan, maar één vinger komt eerder neer dan de andere.
Wat helpt: Leg eerst alle drie de vingertoppen op hun toetsen en sla ze dan samen aan.
Vragen over akkoorden
Welke akkoorden leer ik als beginner eerst?
C-majeur, G-majeur, a-mineur en F-majeur, want alle vier liggen op witte toetsen en passen in veel nummers bij elkaar. Daarna komen d-mineur met D, F en A en e-mineur met E, G en B erbij. Waar de tonen liggen, zie je bij noten op de piano.
Hoeveel noten heeft een akkoord?
Een akkoord heeft minstens drie verschillende tonen, een drieklank precies drie. Speel je een van die tonen ook een octaaf hoger, dan blijft het hetzelfde akkoord.
Hoe herken je een akkoord?
Bij een majeur- of mineurdrieklank zet je de tonen eerst in grondligging: verschuif losse tonen een octaaf, tot er twee tertsen op elkaar liggen. De onderste toon is dan de grondtoon. Tel je onderaan vier halve tonen en daarboven drie, dan is het majeur; eerst drie en dan vier betekent mineur. Als akkoordsymbool staat er bijvoorbeeld C voor C-majeur en Am voor a-mineur.
Hoe begeleid ik met mijn linkerhand?
Om te beginnen speelt je linkerhand alleen de grondtoon, lager dan het akkoord van je rechterhand: bij C-majeur bijvoorbeeld links C3 en rechts C4, E4 en G4. Later neemt je linkerhand de hele drieklank met de vingers 5, 3 en 1, terwijl je rechterhand de melodie speelt.
Zijn keyboardakkoorden hetzelfde als pianoakkoorden?
Ja, tonen, toetsen en vingerzetting zijn gelijk. Hoe je op een keyboard begint, lees je bij keyboard leren spelen als volwassene.
Bijgewerkt: