Het korte antwoord
- Snel een eerste klank
- Piano, blokfluit en gitaar: druk een toets in, blaas zachtjes of tokkel een snaar.
- Ingebouwde toonhoogte
- Pianotoetsen en gitaarfrets geven je de noot; op viool, cello en trombone zoek je hem zelf.
- Meer geduld
- Een stabiele toon op dwarsfluit, rietinstrumenten en koper; zuiver spelen op strijkinstrumenten.
- Ons advies
- Begin met het instrument waar je van houdt, of met het instrument dat al in huis staat.
Wat ‘makkelijk’ echt betekent
- Snel beginnen is niet snel beheersen. Een instrument dat binnen seconden klinkt, kan toch jaren vragen voordat je het goed speelt. Bepaal welk deel makkelijk moet voelen: week één of jaar één.
- Je oefent wat je mooi vindt. Vooruitgang komt van regelmatig oefenen, en een instrument waarvan je de klank mooi vindt, pak je vaker op.
- Het instrument in huis telt. Staat er al een gitaar, een keyboard of een saxofoon in huis, dan is er vandaag mee beginnen beter dan wachten op de perfecte keuze.
Een eerste klank
- Piano en keyboard. Druk een toets in en er klinkt een noot; twee handen en twee notenbalken komen later.
- Blokfluit en gitaar. Blaas zachtjes of tokkel een snaar, en de noot is er. Met een paar weken regelmatig oefenen leer je de vingergaten helemaal af te dekken en de snaren zo in te drukken dat ze helder klinken.
- Saxofoon en klarinet. Een riet doet een deel van het werk, dus vaak klinkt er op dag één al een toon. Een stabiele toon zonder piepjes volgt zodra je lucht en je embouchure (de vorm van je lippen en kaak rond het mondstuk) leren samenwerken.
- Dwarsfluit. Er is geen riet: je blaast over de rand van het blaasgat, en de eerste klank kan een paar pogingen kosten.
- Trompet, trombone, hoorn, euphonium en tuba. Op koperinstrumenten begint de klank bij je lippen, die in het mondstuk trillen: het buzzen. Sommigen vinden die buzz meteen, anderen hebben een paar sessies nodig.
- Viool en cello. Een open snaar klinkt bij de eerste streek met de strijkstok; een schone, stabiele toon groeit in de weken daarna, als je regelmatig met de strijkstok oefent.
Zuiver spelen
- Ingebouwde toonhoogte. Pianotoetsen geven je de noot, en gitaarfrets ook, zolang de gitaar gestemd is.
- Greep plus adem. Op saxofoon, klarinet, dwarsfluit en blokfluit geeft de greep je de noot. Je adem stemt hem fijn af, en behalve op de blokfluit doen je lippen daarbij mee.
- Lippen en schuif. Op koperinstrumenten horen bij één ventielcombinatie of schuifpositie meerdere noten, en je lippen kiezen welke klinkt. De schuif van de trombone heeft helemaal geen markeringen.
- Geen frets. Op viool en cello bepaalt je vinger de toonhoogte tot op de millimeter, dus je gehoor traint vanaf dag één mee.
Noten lezen
- Eén sleutel. Voor viool, dwarsfluit, blokfluit, saxofoon, klarinet en trompet lees je de vioolsleutel. Cello, trombone en tuba beginnen meestal in de bassleutel, en euphoniumpartijen bestaan in allebei; in fanfares en brassbands lezen trombone en tuba vaak de vioolsleutel (in Bes, de tuba ook in Es).
- Twee notenbalken tegelijk. Pianomuziek combineert een notenbalk in de vioolsleutel met een in de bassleutel, en vloeiend lezen kost daardoor meer tijd.
- Genoteerde en klinkende noten. Op saxofoon, klarinet, hoorn, Bes-trompet en euphonium in de vioolsleutel lees je de genoteerde noot en neem je de greep die erbij hoort, maar hij klinkt op een andere toonhoogte. Gitaar klinkt een octaaf lager dan genoteerd, de sopraanblokfluit een octaaf hoger.
Lichaam, adem en buren
- Adem en houding. Blazers bouwen in de loop van weken een stabiele adem op; op dwarsfluit, riet- en koperinstrumenten trainen ze ook de controle over hun lippen. Cello en piano speel je zittend, de viool rust op je sleutelbeen en de dwarsfluit houd je opzij.
- Geluid in huis. Koper en saxofoon klinken meestal luider dan strijkinstrumenten of een klassieke gitaar, en hoe gehorig je huis is en hoe hard je speelt, bepaalt hoeveel de buren meekrijgen. tonestro luistert via de microfoon van je apparaat naar de natuurlijke klank van je instrument.
Hoe moeilijk is jouw instrument?
- Is piano leren spelen moeilijk?
- Is viool spelen moeilijk?
- Is cello spelen moeilijk?
- Is gitaar leren spelen moeilijk?
- Is saxofoon spelen moeilijk?
- Is dwarsfluit spelen moeilijk?
- Is klarinet spelen moeilijk?
- Is trompet spelen moeilijk?
- Is trombone spelen moeilijk?
- Blokfluit leren spelen
- Hoorn leren spelen
- Euphonium leren spelen
- Tuba leren spelen
Vragen over het kiezen van een instrument
Wat is een makkelijk instrument om te leren als volwassene?
Daar is niet één antwoord op. Wil je snel een eerste klank, dan gaat dat vlot op piano, blokfluit en gitaar; droom je van een orkest, een harmonie of een fanfare, dan past een strijk- of blaasinstrument bij die droom. Kies vooral het instrument dat je jezelf graag hoort spelen.
Is gitaar makkelijker dan piano?
Elk is op zijn eigen manier makkelijk: een pianotoets klinkt bij de eerste aanraking, terwijl je met een paar gitaarakkoorden al vroeg nummers kunt begeleiden, zodra je eerste akkoordwissels soepel gaan. Vergelijk Is gitaar leren spelen moeilijk? en Is piano leren spelen moeilijk?
Met welk instrument kan ik het snelst muziek maken?
Met elk instrument: met tonestro speel je in 10 minuten je eerste nummer, met een of twee noten in een echt nummer en een band om je heen. Daarna bepaalt regelmatig oefenen je tempo meer dan het instrument.
Welk instrument is stil genoeg voor een appartement?
Een klassieke gitaar klinkt zacht, en een digitale piano kan zacht spelen via zijn eigen speakers, zolang je iPhone of iPad hem nog duidelijk oppikt. Viool en cello klinken luider, koper en saxofoon nog luider.
Leer je met tonestro elk instrument op dezelfde manier?
Piano, viool, cello, gitaar, saxofoon, dwarsfluit, klarinet, blokfluit, trompet en trombone hebben stapsgewijze cursussen, gemaakt door muziekdocenten. Hoorn, euphonium en tuba hebben nummers om mee te spelen en een theoriecursus.
Bijgewerkt: